Vandebron stapt in elektrisch rijden

Energiebedrijf Vandebron gaat zich richten op de markt voor elektrisch rijden. Met een app, laadpas en blockchaintechnologie hoopt het Amsterdamse bedrijf de energietransitie te versnellen.

Oud-challenger Vandebron kondigde zijn dienst voor elektrisch rijden woensdag op een toepasselijke plaats aan: in motorenmuseum 't Kromhout. Het idee hierachter? Olieslurpende auto's, die je volop in het museum hebt, naar het verleden verbannen. De nieuwe dienst van Vandebron probeert het verdienmodel van het energiebedrijf uit te breiden naar services voor elektrisch rijden. Nope, Vandebron gaat geen eigen auto produceren, maar er komt wel een laadpas. Hiermee kunnen consumenten gebruik maken van openbare laadpunten in Nederland. Het bedrijf richt zich hierbij op leaserijders.

Want die zorgen zijn er momenteel nog wel. Als elektrisch rijder heb je te maken met een lage actieradius, dus moet je relatief vaak bijladen. Met de app krijgen de rijders bij te zien welk tarief er gekoppeld is aan een laadbeurt. Dit was voor elektrisch rijden tot op heden nog onduidelijk. Guichelaar stelt dat veel elektrisch rijders hier "grote frustraties" over hebben. Ook kunnen consumenten betalen met de app.

Met de dienst hoopt Vandebron nieuwe klanten te trekken, die het bedrijf 3,50 euro per maand vraagt. "Door tegen inkoopprijs thuisladers aan te bieden, stellen we de consument in staat om die dingen aan te schaffen zonder dat het een enorme financiële aderlating is." Een andere manier waarop Vandebron in de business voor elektrische auto's wil gaan, is met een zogeheten dienst 'slim laden', wat het bedrijf in oktober gaat pilotten met zo'n direhonderd klanten. Vandebron zegt met met hen slim gebruik te gaan maken van de batterijcapaciteit van de auto's. Als er meer vraag dan aanbod is naar energie stoppen ze met het laden van die auto's, en ze starten als het tegenovergestelde het geval is.

Vandebron probeert het net op deze manier te balanceren, aangezien er in het midden van de dag veel zon is, maar in de avond en ochtend minder. Gebruikers zouden er volgens Guichelaar jaarlijks 250 euro mee kunnen besparen. 

Het energiebedrijf telt momenteel 120 medewerkers. Het werd in 2014 opgericht met als doel consumenten energie direct van, laten we zeggen, een boer met een windmolen te laten halen. Mede-oprichter Aart van Veller noemde zijn bedrijf eerder "de Airbnb of SnappCar voor energie". 

Stichting DOEN beloont versnellers energiebesparing € 100.000,-

De nationale energiebesparingscompetitie de DOEN Energie[s]topper 2018, springt in een groot nijpend gat. Het energieverbruik in Nederland stijgt zo hard, dat het aandeel nieuwe duurzaam opgewekte energie te laag blijft om de klimaatdoelstellingen te halen. Meer energie besparen is noodzakelijk en daar zijn dringend meer energiebesparende producten en diensten voor nodig. Stichting DOEN looft voor de tweede keer een geldprijs uit voor het meest kansrijke product of idee voor energiebesparing. De winnaar krijgt 100.000 euro om zijn product of dienst verder te ontwikkelen.

Nerdalize kaapte vorig jaar de prijs voor de neus van PowerWindow en Speedcomfort weg. Mede-oprichter Florian Schneider: “Nerdalize is een bedrijf dat rekencapaciteit aanbiedt in de cloud. Onze cloud-servers geven veel warmte af en wij hebben een manier bedacht om die servers tegelijkertijd een verwarmingselement te laten zijn: de CloudBox. Consumenten krijgen deze CloudBox in huis en kunnen zo energie besparen. Inmiddels is de pilotfase voorbij en laten de tests zien dat de CloudBox naast een flinke besparing op energie ook zo’n 3 ton CO2 uitstoot bespaart per huishouden. De DOEN Energie[s]topper heeft ons in eerste instantie veel publiciteit en aandacht gebracht. Hierdoor zijn wij met meer potentiële klanten en partners in contact gekomen.” Met het prijzengeld heeft Nerdalize belangrijke stappen richting serieproductie van de CloudBox kunnen maken en het software team kunnen uitbreiden. “Begin 2018 gaan wij de uitrol flink versnellen, in eerste instantie kunnen we daar waar glasvezel aanwezig is, op wijkniveau uitrollen." Schneider neemt plaats in de jury van de DOEN Energie[s]topper 2018. “Als jurylid ben ik vooral benieuwd welke baanbrekende oplossingen wij te zien krijgen en hoe het verdienmodel in verhouding staat tot het energiebesparingspotentieel.”

Anneke Sipkens, Algemeen directeur van Stichting DOEN: “Ervaring leert dat een bijdrage van Stichting DOEN andere investeerders en andere vormen van financiering aantrekt. Dat is hard nodig om de innovatie niet alleen op gang te brengen, maar ook te zorgen dat die producten en diensten de markt, dus de consument bereiken. Want alleen dan heb je impact. De markt voor energiebesparing staat nog in de kinderschoenen, de gemiddelde consument is nog niet actief met energiebesparing bezig. Aanbieders van nieuwe producten en diensten hebben uithoudingsvermogen nodig. DOEN stimuleert met de Energie[s]topper de stap naar de markt, de winnaar krijgt een geldprijs in de hoop dat andere partijen mee investeren en zo de energiebesparing versneld op gang komt.”

Vanaf 18 september kunnen deelnemers zich inschrijven op www.doenenergiestopper.nl. Tot 27 november kunnen deelnemers hun business concept inleveren. Direct daarna selecteert de pre-jury vijf finalisten. Deze finalisten krijgen vervolgens twee maanden de tijd om hun schaalbaarheidsplan verder uit te werken. New Venture biedt hen business mentoring én leiderschapscoaching op maat en helpt hen zich voor te bereiden op de finale op 15 maart 2018. Daar zullen ze hun plannen pitchen voor een vakkundige jury. De winnaar van deze pitch wint 100.000 euro om zijn of haar onderneming verder te ontwikkelen. Initiatiefnemers die hun gegevens achterlaten op de website worden op de hoogte gehouden van de competitie.

De organisatie van de wedstrijd wordt verzorgd door New Venture, een initiatief dat innovatie en ondernemerschap in Nederland stimuleert. Al meer dan achtien jaar helpt New Venture, als stichting opgericht door het Ministerie van Economische Zaken en McKinsey & Company, innovatieve start-ups met het vertalen van hun idee naar een gezond business model. In deze periode heeft New Venture meer dan 7.000 teams begeleid en zijn er door succesvolle starters na hun deelname meer dan 21.000 nieuwe arbeidsplaatsen ontwikkeld.

Bron.

Nederland kan voortrekker worden in de circulaire economie

ABN AMRO presenteert op Prinsjesdag haar visie over de circulaire toekomst van Nederland. Zij belicht daarbij de kansen en uitdagingen op wat nodig is om de transitie naar een circulaire economie mogelijk te maken. Nederland heeft als exportland veel troeven in handen om wereldwijd een voortrekkersrol te vervullen door haar kennis en kunde over circulariteit naar het buitenland te exporteren.

 De circulaire economie staat zowel bij de overheid als het bedrijfsleven hoog op de agenda. Zo heeft de overheid de ambitie dat in Nederland in 2050 zo goed als geen primaire grondstoffen meer worden gebruikt. Nederland is koploper op het gebied van afvalrecycling: ruim 80 procent van het afval wordt gerecycled. Ook wordt in Nederland volop geëxperimenteerd met nieuwe verdienmodellen, zoals circulaire inputs. Bedrijven gebruiken of ontwikkelen hierbij grondstoffen die hernieuwbaar, biologisch afbreekbaar of herbruikbaar zijn. Dalende productiekosten van energie uit hernieuwbare bronnen maken het terugwinnen van circulaire inputs steeds beter betaalbaar. Een ander kansrijk verdienmodel betreft product-dienstsystemen. De leverancier blijft tijdens de gebruiksfase eigenaar van het product en de gebruiker betaalt een vergoeding, bijvoorbeeld in de vorm van een abonnement, voor prestatie of gebruik. Daarnaast zijn er verdienmodellen gericht op levensduurverlenging, waarbij de waarde van producten behouden blijft door reparatie of hergebruik en ook via deelplatforms wordt het hergebruik van goederen gestimuleerd.

De circulaire economie is goed voor nieuwe banen, verbetert het Nederlandse imago in het buitenland, heeft voordelen voor de volksgezondheid en maakt ons minder afhankelijk van grondstoffenimport. Veel seinen staan op groen om van circulariteit een nieuw Nederlands succesverhaal te maken. ABN AMRO benadrukt dat ketenverantwoordelijkheid een cruciale stap is om de circulaire economie te realiseren. Zo is extra informatie nodig over voorraden om deze in de productieketen te kunnen tracken en tracen. Hetzelfde geldt voor informatie over de gebruiksketen, de slijtage en de toestand van producten of diensten. Het realiseren van een gezonde mix van grotere ondernemingen en startups die onderling kennis, middelen en creativiteit uitwisselen, is hiervoor een voorwaarde. In zo’n netwerk kunnen bedrijven gebruikmaken van elkaars materialen en lokale kringlopen sluiten. Hiervoor is wel een goede infrastructuur nodig.

ABN AMRO wil de overgang naar een circulaire economie stimuleren. “Dit doen we niet alleen door onze dienstverlening aan te passen op circulaire verdienmodellen en risico’s die hierbij komen kijken, maar ook door bedrijven aan elkaar te verbinden. Zo kunnen we een rol als regiepartner vervullen en zorgen dat Nederlandse bedrijven de kansen van de circulaire economie benutten”, vertelt Hein Schotsman, Senior Econoom van ABN AMRO. “Nederland is op internationaal niveau een pionier op het gebied van circulariteit.

Als exportland kan Nederland haar kracht benutten om circulaire oplossingen over de grens te verkopen en onze kenniseconomie te presenteren als innovatieve circulaire koploper. Onze kracht is dat we betrouwbaar, efficiënt en innovatief zijn. Ons land beschikt over kennisinstellingen die gespecialiseerd zijn in logistiek, landbouw en de chemie. Dit biedt een uitstekende uitvalbasis om onze innovaties in het buitenland aan de man te brengen. Nederland kan zo wereldwijd een voortrekkersrol vervullen door kennis en kunde naar het buitenland te exporteren. Hiermee is de circulaire economie goed voor nieuwe banen, het verbetert ons imago in het buitenland en maakt ons minder afhankelijk van grondstoffenimport.”

Download hier het rapport "De cirkel is rond, de circulaire toekomst van Nederland".

Bron. 

Nederlandse grote bedrijven scoren bovengemiddeld op duurzaamheid

Nederland stijgt weer op de belangrijkste graadmeter voor duurzaamheid, de Dow Jones Sustainability World Index. Had Nederland vorig jaar nog 15 bedrijven in deze ranglijst, dit jaar zijn het er 16. Hiermee scoren Nederlandse multinationals internationaal bovengemiddeld als het gaat om duurzaamheid. 

VNO-NCW is bijzonder trots op KPN, dat volgens onafhankelijke experts het meest duurzame telecombedrijf ter wereld is dit jaar (Industry Group Leader). KPN dankt dit aan het feit dat het sinds 2015 klimaatneutraal is. Ook helpt de onderneming haar klanten CO2-uitstoot te reduceren en is zij bezig om zoveel mogelijk circulair te ondernemen. ASML is één van de drie grootste nieuwkomers in de index. Ook veel andere leden van VNO-NCW zoals AKZO Nobel, DSM, Randstad, Koninklijke Philips, Philips Lighting en Post NL scoren weer bovengemiddeld in de index en lopen wereldwijd voorop in hun sector.

De Dow Jones Sustainability World Index geeft inzicht in hoe duurzaam grote bedrijven te werk gaan. Het is een belangrijke maatstaf op het gebied van sociale zaken en milieu/duurzaamheid en vormt bijvoorbeeld een belangrijke leidraad voor veel beleggers die kijken naar duurzaamheid. De Index werd in 1999 geïntroduceerd en geeft de duurzaamheidsscores van de grootste beursgenoteerde bedrijven ter wereld weer. De 16 Nederlandse bedrijven in de Dow Jones Sustainability World Index zijn: ABN AMRO, ING, Koninklijke Philips, Philips Lighting, Randstad, SBM Offshore, Koninklijke Ahold Delhaize, Unilever, AEGON, NN Groep, AKZO Nobel, Koninklijke DSM, ASML, Koninklijke KPN, Air-France-KLM en PostNL. 

Bron.

Nanodeeltjes kleuren zonnepanelen groen

Onderzoekers van AMOLF, de Universiteit van Amsterdam en ECN hebben een technologie ontwikkeld waarmee een zonnepaneel van een heldere groene kleur kan worden voorzien en het rendement grotendeels intact blijft. Door silicium nanodeeltjes die een deel van het zonlicht verstrooien toe te passen in het glas van een zonnepaneel, ontstaat een groene kleur die zichtbaar is over een breed hoekbereik. De stroom in de zonnecel wordt slechts met 10% verlaagd. Het realiseren van gekleurde zonnepanelen is een belangrijke stap naar de integratie van zonnepanelen in de gebouwde omgeving en het landschap.

De ontwikkeling van zonnepanelen heeft zich de afgelopen jaren vooral gericht op het maximaliseren van het rendement: commerciële panelen zetten zo’n 22% van de energie van zonlicht om naar elektriciteit. Om dat te bereiken worden de silicium zonnecellen voorzien van een gestructureerd oppervlak met een antireflectiecoating zodat het zonlicht zo efficiënt mogelijk wordt ingevangen. Die structuur geeft de panelen een donkerblauw of zwart aanzien.

Om gekleurde panelen te maken, gebruikten de onderzoekers het effect van Mie verstrooiing: de resonante terugkaatsing van licht van een bepaalde kleur door nanodeeltjes. Ze integreerden daarvoor een netwerk van hele kleine silicium deeltjes - met een diameter van 100 nanometer - op een hoogrendements-siliciumheterojunctiezonnecel. Als gevolg van het resonante verstrooiingseffect wordt alleen het groene deel van het zonnespectrum terug gekaatst; de overige kleuren worden volledig in de zonnecel gekoppeld. De stroom die het mini-paneel (0,7 x 0,7 cm²) genereert is slechts 10% lager. De groene kleur is zichtbaar over een groot hoekbereik, tot 75 graden. De nanodeeltjes worden aangebracht met behulp van een soft-imprint techniek die kan worden opgeschaald naar zeer grote oppervlakken. 

Het lichtverstrooingseffect door Mie resonanties kan goed worden gecontroleerd: door de grootte van de nanodeeltjes aan te passen kunnen in principe alle kleuren worden gemaakt. De onderzoekers gebruiken dit principe ook om zonnepanelen te ontwikkelen met andere kleuren. en door het combineren van deeltjes van verschillende diameters, zelfs een wit zonnepaneel te maken. Idealiter worden zonnepanelen zo een bouwmateriaal; rode panelen kunnen dakpannen vervangen, witte panelen kunnen als wandplaten worden gebruikt. En groene zonnepanelen in de natuur geplaatst vallen dan niet meer op in hun omgeving.

Bron.

Aantal elektrische auto’s in de Randstad gaat explosief groeien

In de komende jaren wordt een explosieve groei verwacht van het aantal volledig elektrisch aangedreven auto's in de Randstad. Naar verwachting zal in Den Haag, Dordrecht en Rotterdam het aantal auto's met een stekker binnen twee jaar verdubbelen. In Amersfoort en Utrecht gebeurt  dat binnen vier jaar, mede omdat  de auto's steeds betaalbaarder worden.

De verwachtingen worden woensdag uitgesproken door netbeheerder Stedin, Rotterdam School of Management, Erasmus University en kenniscentrum ElaadNL. De instanties deden onderzoek naar het aanschaffen van elektrische auto's. De belangrijkste voorwaarde hiervoor was tot nu toe een hoog inkomen. Maar nu populaire automerken steeds meer betaalbare modellen op de markt brengen, worden de auto's ook toegankelijker voor mensen met een minder hoog salaris.

De onderzoekers wijzen ook op de run die is ontstaan op het nieuwste model van Tesla, die onlangs werd geïntroduceerd. De Model 3 is een goedkoper model van Tesla en is bedoeld voor een breder publiek. Dagelijks worden wereldwijd circa 1.800 bestellingen voor dat model geplaatst. Ook andere autofabrikanten richten zich steeds meer op de productie van elektrische auto's. Zo heeft Volvo aangekondigd dat vanaf 2019 vijf volledig elektrische modellen uitgebracht zullen worden.

Amsterdam is in het onderzoek buiten beschouwing gelaten, omdat daar veel leasemaatschappijen zijn gevestigd die elektrische auto's in hun vloot hebben. Dat leidt volgens de onderzoekers tot een vertekend beeld in het totaal van elektrische auto's in de hoofdstad.

Bron.

Subsidie beschikbaar voor huiseigenaren die gaskraan laten slopen

Vanaf 1 september kunnen particulieren in Amsterdam ook een subsidie krijgen om de gasaansluiting in hun huis te laten verwijderen. Gemeente Amsterdam trekt hier vijf miljoen euro voor uit. De subsidie is maximaal 5.000 euro en voor het opwekken van duurzame energie wordt maximaal 8.000 euro gesubsidieerd.

In november 2016 kram Amsterdam met het plan dat de stad in 2050 aardgasloos moet maken. Het nieuwe en meest ingrijpende aspect was dat bestaande gebouwen op de grote schaal van het aardgas afgaan. In de eerste instantie werkte de gemeente vooral samen met woningcorporaties, maar nu trekt Amsterdam ook vijf miljoen uit voor subsidies voor particulieren. Volgens de woordvoerder van wethouder Abdeluheb Choho (Duurzaamheid) is de subsidie bedoeld om de energietransitie zo groots mogelijk aan te pakken en te zorgen dat alle Amsterdammers meedoen, niet alleen woningcorporaties en bedrijven. De subsidie is natuurlijk niet genoeg om iedereen van het aardgas te halen, maar het is een begin.

Het best betaalbare alternatief voor gas in bestaande woningen is een warmtenet, waarbij huizen worden verwarmd met restwarmte vanuit de industrie. Amsterdam heeft een van de grootste warmtenetten van Nederland, dat ongeveer 325 duizend woningen zou kunnen voldoen. Wie in delen van de stad woont waar geen warmtenetten beschikbaar zijn, kunnen elektrische oplossingen krijgen: warmtepompen of infraroodpanelen. De nodige elektriciteit wordt bij voorkeur met zonnepanelen opgewekt.

Voor elke woning is er wel een alternatief voor aardgas te bedenken. De gemeente verwacht dan ook de doelstelling – aardgasloos in 2050 – te halen.

Bron.

 

Wind op zee wordt drie keer goedkoper dan kolenstroom

Windstroom is in 2030 gemiddeld ruim drie keer goedkoper dan kolenstroom. Dat is al over 12 jaar, zo blijkt uit  onderzoek van Natuur & Milieu. De kostprijs voor wind op zee is in 2030 gemiddeld 3,5 cent per kilowattuur (kWh), voor kolen is dit in 2030 gemiddeld 12,3 cent.

Aanleiding van dit onderzoek is het sluiten van de Uniper-kolencentrale per 1 juli, conform de afspraak uit het SER Energieakkoord. Natuur & Milieu roept het nieuwe kabinet op om na dit Energieakkoord door te gaan op deze succesvolle route: kolen eruit, wind erbij. ‘Dit onderzoek wijst uit dat wind voordeliger wordt dan kolen, mits de huidige versnelling van het uitroltempo wordt aangehouden,’ stelt Geertje van Hooijdonk, directeur a.i. van Natuur & Milieu.

De komende jaren blijft subsidie voor windenergie nog wel nodig, stelt Natuur & Milieu. Van Hooijdonk: ‘Subsidie tot 2030 is een voorwaarde om de kostendaling tot dat jaar te kunnen garanderen. Na 2030 verwachten wij dat de markt op eigen benen kan staan en geen subsidie meer nodig heeft.’

Kolenstroom is passé voor een meerderheid van de Nederlandse bevolking, blijkt uit vorige week gepubliceerd onderzoek van Natuur & Milieu, uitgevoerd door Motivaction. Slechts 2% ziet kolen als de energiebron van de toekomst. Nederlanders zien zonne-energie (84%) en windenergie (79%) daarentegen als toekomstige energiebronnen.

‘Kolenbedrijven hebben hun geloofwaardigheid verloren. Ook CO2-opslag bleek de verkeerde route te zijn om kolencentrales te vergroenen, bleek deze week. Het vergroenen van de Nederlandse kolencentrales kost bovendien 8 miljard euro. Wij pleiten voor het zo snel mogelijk sluiten van alle kolencentrales: kolenstroom wordt duurder, wind goedkoper en de Nederlandse burger is allang klaar voor duurzame energie,’ aldus Van Hooijdonk.

Bron.

Bpost geniet meer van de zon en betaalt minder

Vervoerder bpost koesterde ambitieuze plannen: het milieuvriendelijkste postbedrijf van Europa worden. En dat doel heeft het bedrijf bereikt, onder andere door vier jaar geleden 15.000 vierkante aan zonnepanelen te installeren op het dak van haar sorteercentrum in Gent.

Dat kon nog beter, vond bpost. Dus nam het op onlangs niet minder dan 6.500 nieuwe zonnepanelen in gebruik, op de daken van de sorteercentra in Charleroi (Fleurus) en Luik (Awans). De nieuwe panelen verdubbelen zelfs de zonne-energiecapaciteit van het bedrijf!

Het gecumuleerde vermogen van de twee nieuwe installaties bedraagt bijna 2 MWp. Elk jaar opnieuw zullen ze ongeveer 1.700.000 kWh produceren, of het equivalent jaarlijks verbruik van circa 500 gezinnen. Deze productie zal grotendeels lokaal verbruikt worden. De panelen voorzien in 20% van de stroom die de twee sorteercentra verbruiken en ze zullen hun elektriciteitsfactuur naar schatting met 13% doen dalen.

Een postsorteercentrum verwerkt dagelijks ongeveer 10,5 miljoen brieven en 100.000 pakjes. Dat lukt alleen maar met de logistieke expertise van de bpost-medewerkers en geavanceerde technologie die steunt op een duurzaam energiebeleid.

Bron.

Toekomst salderingsregeling tot 2023 zeker

De huidige salderingsregeling voor zonnepanelen blijft ongewijzigd tot 2023. Wat er daarna met de regeling gebeurt, wordt overgelaten aan het volgend kabinet. Dat blijkt uit een brief die minister Kamp, mede namens staatssecretaris Wiebes, vanmiddag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De regeling wordt met 3 jaar verlengd tot 2023. Dat zou volgens Kamp goed zijn voor de investeringszekerheid van burgers. Ook biedt de verlenging consumenten nog wat extra tijd om over te stappen op de digitale slimme meter. Voor de onderzochte alternatieve varianten voor de huidige salderingsregeling is het namelijk noodzakelijk dat in de woning een dergelijke slimme meter aanwezig is.

Volgens prognoses van de netwerkbeheerders heeft in 2020 pas 80% van alle huishoudens een slimme meter. Daarom zal de minister inzetten op de verdere uitrol van deze meters. De keuze over eventuele verlenging van de salderingsregeling per 1 januari 2023 laat demissionair minister Kamp over aan het volgend kabinet.

Uit onderzoek van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) blijkt dat twee van de vijf doorgerekende varianten het meest toekomstbestendig en kosteneffectief zijn. De ene variant is een aanschafsubsidie op zonnepanelen, de andere een subsidie op de levering van stroom (Kwh) door de huiseigenaar aan het elektriciteitsnet. Ook de keuze over het alternatief wordt overgelaten aan het volgend kabinet. 

In 2013 zei minister Kamp dat de huidige salderingsregeling in de toekomst niet houdbaar is. Volgens hem moet de salderingsregeling op de schop omdat die te duur is voor de overheid, de overheid slechts beperkt kan sturen, de regeling verstorend werkt voor de elektriciteitsmarkt en de prikkel voor huiseigenaren wegneemt om het eigen energieverbruik verder te beperken.

In een reactie pleitte Vereniging Eigen Huis toen voor een snel Kabinetsbesluit en een goede overgangsregeling. Ook stelde Vereniging Eigen Huis randvoorwaarden waar een opvolger van de huidige regeling aan zou moeten voldoen om consumenten voldoende investeringszekerheid te bieden. Met als resultaat het huidige besluit van minister Kamp om de salderingsregeling voort te zetten. 

Bij salderen wordt op de jaarafrekening van de energieleverancier de door de gebruiker via zonnepanelen aan het net geleverde stroom afgetrokken van de afgenomen stroom. De consument betaalt geen leveringskosten, energiebelasting en opslag duurzame energie over het verbruik dat kan worden verrekend met de geleverde stroom. Iemand die in een jaar meer stroom aan het net levert dan afneemt, ontvangt daarvoor een vergoeding. De energieleverancier bepaalt de hoogte van deze vergoeding. Deze moet redelijk zijn volgens de Elektriciteitswet.

Bron.