CEO Greenchoice: ‘Stop met aardkloten en focus op wat wél kan’

In Nederland vervalt men nogal eens in eindeloze discussies over de energietransitie, om vervolgens geen actie te ondernemen. Dat stelt Evert den Boer, CEO van groene energieleverancier Greenchoice: “We hebben daar een woord voor bedacht: aardkloten. En daar hebben we helemaal niks aan, want we moeten nu aan de bak.”

Greenchoice legt de focus dan ook vooral op wat er wél mogelijk is. En dat is heel veel, stelt Den Boer: “Wij geloven dat de transitie naar 100 procent duurzame energie in Nederland mogelijk is en dat willen we ook laten zien. De benodigde technologie is aanwezig en de kosten dalen dermate snel dat we er ook vol op kunnen inzetten. Stoppen met aardkloten, dus.”

Greenchoice begon zestien jaar geleden als start-up op een zolderkamertje, om zijn geloof in een groene energievoorziening in de praktijk te brengen. Tegenwoordig bedient de energieleverancier meer dan 400.000 klanten.

Hoe verklaar je het succes van Greenchoice?

“We zijn een missiegedreven bedrijf. Dit betekent dat alles dat we doen in het teken staat van het realiseren van deze missie. Vanaf de oprichting hebben we voor de volle 100 procent ingezet op duurzaamheid. Het zit in ons DNA. Dat klinkt misschien cliché, maar die oprechte drive om invulling te geven aan onze missie heeft een grote rol gespeeld in ons succes.”

“Dit zie je terug in zowel grote als kleine vraagstukken. Om je een voorbeeld te geven: als een bedrijf alleen op zoek is naar de goedkoopste groencertificaten op de markt en daar een tender voor uitzet, doen wij daar per definitie niet aan mee. Daarmee laten we weliswaar inkomsten schieten, maar onze missie gaat voor.”

“Die instelling zie je overal terug. Zo vinden we het belangrijk dat onze medewerkers met de fiets of het openbaar vervoer naar kantoor kunnen komen. Als je elke dag twee uur lang in een dieselauto moet zitten om op kantoor te komen, word je simpelweg niet aangenomen.”

“We bespraken laatst zelfs of we wel of geen frisdrankautomaat op de werkvloer moesten plaatsen. Want is dat nou wel duurzaam? We vonden van niet. Je gaat er misschien de wereld niet mee redden, maar het toont wel aan dat onze missie het uitgangspunt is in al onze beslissingen.”

En verder?

“Klantenservice is essentieel. Je redt het niet met alleen duurzaam zijn. Klanttevredenheid is bij ons een bedrijfsdoelstelling op het hoogste niveau. Het lukt ook: klanttevredenheidsonderzoeken laten zien dat veel klanten bereid zijn om ons aan te bevelen. Greenchoice behoort hierin tot de beste van Nederland. Dat is belangrijk, want onze klanten zijn tegelijkertijd onze ambassadeurs. Dat heb je nodig om verder te groeien.”

Welke concrete doelstellingen hangen er aan jullie missie?

“We richten ons specifiek op de lokale en decentrale energietransitie. Hoe lokaler, hoe beter. Daarom leveren wij consumenten gegarandeerd duurzame energie uit Nederland. De vervolgstap is dat klanten zich aansluiten bij een duurzaam gemeente- of wijkinitiatief, of zonnepanelen op hun eigen daken leggen. ‘Duurzaam dichtbij’ is ons credo.”

 

“We geloven er heilig in dat klanten bij de energietransitie betrokken moeten worden, om draagvlak en acceptatie te creëren. Dat werkt. Het strategische doel dat we hieraan verbonden hebben, is dat 40 procent van onze klanten zijn eigen duurzame stroom opwekt in 2020. We kiezen er ook bewust voor om niet mee te doen aan heel grootschalige duurzame energieprojecten, zoals offshore wind. Hartstikke belangrijk in de energietransitie, maar wij willen vooral zo lokaal mogelijk opereren.”

“Greenchoice heeft daarnaast de ambitie om marktleider te zijn in wat wij het ‘donkergroene segment’ noemen. Onze klanten zijn vooroplopers, die beduidend meer dan gemiddeld bezig zijn met duurzaamheid.”

Waarom is dat belangrijk?

“Als je de voorhoede mee hebt, volgt de rest vanzelf. Met de voorhoede kan je laten zien dat de transitie mogelijk is. Als iemand in de straat zonnepanelen op zijn dak laat installeren, is het een kwestie van tijd voordat de buurman vragen gaat stellen. Dan gaat het balletje rollen.”

“We zien dat het momenteel razendsnel gaat met de energietransitie in onze klantengroep. Iedereen wil of gaat aan de slag met zonnepanelen en warmtepompen. Die trend zal zich doorzetten, verwacht ik.”

Hoe gaat het met de energietransitie in Nederland, afgezien van de voorlopers?

“Je kent het standaard antwoord inmiddels: ‘Nederland bungelt in Europa onderaan als het gaat om het duurzaam opwekken van energie. Nederland is hekkensluiter.’ Feitelijk is dat zo, maar in mijn ogen is Nederland bezig met een inhaalslag. De energietransitie is in Nederland aan het versnellen. In onze klantengroep gaat het echt razendsnel. En als de voorhoede om is, volgt de rest. In dat opzicht ben ik dus positief.”

“Aan de andere kant moet het nog veel sneller. We zitten nog heel erg vast in het typisch Nederlandse polderen: zo goedkoop mogelijk de minimale doelstellingen halen. We moeten niet bang zijn om rigoureuze en radicale beslissingen te nemen. Dat gebeurt nu nog niet.”

“Om de energietransitie te versnellen moeten we bijvoorbeeld van het aardgas af, maar in het Nederlandse belastingsysteem is aardgas vele malen goedkoper dan een warmtepomp. Dat vraagt om een drastische verschuiving van de energiebelasting. Het nieuwe kabinet maakt hierin weliswaar een stapje in de goede richting, maar het is allemaal nog heel voorzichtig.”

“Dat zie je ook terug in de discussie rondom CO2-beprijzing. Er bestaat een brede maatschappelijke consensus dat CO2-uitstoot erg duur moet worden, maar er gebeurt vooralsnog niets. We wachten op Europa, terwijl Europa op de rest van de wereld wacht. Dan sta je dus stil. Wat mij betreft mag Nederland de koploperrol pakken en een nieuwe standaard neerzetten. Dan volgen de omringende landen ook.”

Van welk land kan Nederland wat leren op dat gebied?

“Denemarken is in staat geweest om wél rigoureuze keuzes te maken. Die worden ook gecontinueerd door de verschillende regeringen. Zo heeft Denemarken auto’s heel erg duur gemaakt. Daar wordt in Nederland niet eens over gesproken. Daarnaast worden in Kopenhagen momenteel massaal warmtenetten aangelegd. In Nederland gebeurt dat nog heel mondjesmaat.”

Waar liggen de grootste kansen voor Nederland?

 

“Het waait veel op de Noordzee; met offshore windparken moeten we vooral doorgaan. Maar ook op het gebied van zonne-energie zie ik heel veel potentie. We beschikken over heel veel dakoppervlak dat nog niet benut wordt. Dat moeten we gewoon vol gaan leggen met zonnepanelen.”

Hoe pakken we dat aan?

“De energietransitie kan niet alleen op morele gronden plaatsvinden. Er moeten ook gezonde economische modellen achter zitten. Zeker in Nederland. De transitie moet consumenten op termijn economische voordelen opleveren. Hier kan de overheid een belangrijke rol in spelen. Met het nieuwe regeerakkoord is er bijvoorbeeld toch weer onzekerheid gecreëerd over de salderingsregeling. Die onzekerheid is killing, daarmee vertraag je de transitie.”

Gert-Jan Segers, leider van de ChristenUnie, sprak van het ‘groenste kabinet ooit’. Wat vind jij van het nieuwe regeerakkoord?

“De ambities zijn goed. Het feit dat die verankerd worden in een klimaatwet is nog beter. Maar met de onderliggende plannen die hier invulling aan moeten geven, behaal je misschien de helft van de doelstellingen. Kijk naar de gebouwde omgeving: Nederland moet van het gas af, maar dat lukt niet met de plannen die nu op tafel liggen.”

“Daarnaast zit er een heel raar initiatief in het regeerakkoord: het afvangen en opslaan van CO2. Vanuit de energiesector zie ik helemaal niemand die daarin gelooft, terwijl het kabinet er heel zwaar op inzet. Ik zie dat als een krampachtige manier om de oude wereld in stand te houden. Het is in ieder geval geen oplossing en het is ook nog eens enorm duur.”

“Laten we ons vooral focussen op wat er kan op het gebied van duurzame energie. Want er is nu al zoveel mogelijk.”

Bron.

Doelstelling duurzame energie 2023 haalbaar

Voor 2023 wordt het doel voor duurzame energie meer dan waargemaakt, maar voor 2020 wordt de doelstelling nog steeds niet gehaald. 

Dat blijkt uit de donderdag gepresenteerde Nationale Energie Verkenning 2017 (NEV). In 2013 is in het Energieakkoord afgesproken dat het aandeel hernieuwbare energie in 2023 moet zijn gegroeid naar 16 procent. Volgens de NEV komt dit cijfer nu uit op 17,3 procent. In 2030 zal dat naar verwachting bijna 24 procent zijn. Windenergie op zee levert hieraan een belangrijke bijdrage.

Maar op korte termijn wordt de doelstelling niet gehaald. In 2020 is het doel 14 procent hernieuwbare energie, maar dit blijft nu nog steken op 13 procent. Vertraging van windenergieprojecten op land zorgen ervoor dat de doelstelling nog niet wordt gehaald.

''Met de ingezette maatregelen is het fundament gelegd om de klimaatdoelen van Parijs te halen”, aldus minister Henk Kamp van Economische Zaken. Er is volgens hem extra inzet nodig om de doelen van 2020 te halen. Hij heeft daarom al afspraken gemaakt met gemeenten en provincies over extra windmolens. Die afspraken zijn nog niet verwerkt in de NEV 2017.

Verder zijn ook extra stappen nodig om de afspraken over energiebesparing in 2020 te halen. Afgesproken besparingen leveren minder op dan verwacht. Er zijn op dit vlak tegenvallers in de glastuinbouw, schrijft Kamp aan de Kamer. In 2015 bepaalde de rechter dat de Nederlandse Staat ervoor moet zorgen dat de uitstoot van broeikasgassen in 2020 minimaal 25 procent lager is dan die in 1990. Dat lukt als alle doelen van het Energieakkoord worden behaald, verwacht Kamp. De 47 partijen betrokken bij het Energieakkoord gaan overleggen om te bezien hoe de doelstellingen gehaald kunnen worden. Eind dit jaar moet daar volgens Kamp meer duidelijkheid over zijn.

Medeopsteller van de NEV is het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het PBL stelt dat de energietransitie uit de startblokken is en het aandeel hernieuwbare energie een grote sprong maakt, maar dat er nog wel veel horden moeten worden genomen. Het PBL wijst er ook op dat werkgelegenheid in de sector van duurzame energie toeneemt en dat gemeenten en provincies steeds meer samenwerken aan plannen voor de energietransitie.

Bron. 

Greenchoice en Meewind stappen samen in duurzame warmte

Energieleverancier Greenchoice is samen met duurzame beleggingsinstelling Meewind medeaandeelhouder geworden van ZON, een bedrijf dat zich volledig richt op warmte-koudeopslag (WKO) in de gebouwde omgeving. Het doel: het aantal grote duurzame warmteprojecten in Nederland de komende jaren snel laten groeien, waardoor het aardgasverbruik afneemt. 

Greenchoice’s deelname in ZON past in de strategie van het duurzame energiebedrijf om te investeren in lokale energieprojecten die de overgang naar 100% groene energie in Nederland versnellen. Met WKO-installaties krijgen consumenten de mogelijkheid hun huis duurzaam te verwarmen (en koelen) zonder aangesloten te zijn op het gasnetwerk.

“Kleinschalige en decentrale warmte- en koude voorziening zal in de nabije toekomst de standaard worden. Steeds meer woningen worden zonder gasaansluiting opgeleverd”, aldus Evert den Boer, CEO van Greenchoice. “Met ZON hebben we de ambitie om aardgas overbodig te maken voor twintigduizend huishoudens in 2022.”

Meewind biedt, via fonds Regionaal Duurzaam, particuliere investeerders de mogelijkheid om duurzaam te beleggen in lokale energieprojecten. Willem Smelik, bestuurder van Meewind: “Iedereen beseft dat we van het gas af moeten. Deze transitie kan versneld worden wanneer we daar gezamenlijk in investeren. Door te investeren in ZON creëren we dubbele winst; een duurzame energievoorziening én een gezond rendement”.

ZON richt zich voornamelijk op projectontwikkelaars en woningcorporaties. Het bedrijf investeert in, ontwikkelt en realiseert warmte- koudeopslag in de collectieve gebouwde omgeving, zoals appartementencomplexen. Zie voor meer informatie: www.bijzon.nl 

Bron.

Vandebron stapt in elektrisch rijden

Energiebedrijf Vandebron gaat zich richten op de markt voor elektrisch rijden. Met een app, laadpas en blockchaintechnologie hoopt het Amsterdamse bedrijf de energietransitie te versnellen.

Oud-challenger Vandebron kondigde zijn dienst voor elektrisch rijden woensdag op een toepasselijke plaats aan: in motorenmuseum 't Kromhout. Het idee hierachter? Olieslurpende auto's, die je volop in het museum hebt, naar het verleden verbannen. De nieuwe dienst van Vandebron probeert het verdienmodel van het energiebedrijf uit te breiden naar services voor elektrisch rijden. Nope, Vandebron gaat geen eigen auto produceren, maar er komt wel een laadpas. Hiermee kunnen consumenten gebruik maken van openbare laadpunten in Nederland. Het bedrijf richt zich hierbij op leaserijders.

Want die zorgen zijn er momenteel nog wel. Als elektrisch rijder heb je te maken met een lage actieradius, dus moet je relatief vaak bijladen. Met de app krijgen de rijders bij te zien welk tarief er gekoppeld is aan een laadbeurt. Dit was voor elektrisch rijden tot op heden nog onduidelijk. Guichelaar stelt dat veel elektrisch rijders hier "grote frustraties" over hebben. Ook kunnen consumenten betalen met de app.

Met de dienst hoopt Vandebron nieuwe klanten te trekken, die het bedrijf 3,50 euro per maand vraagt. "Door tegen inkoopprijs thuisladers aan te bieden, stellen we de consument in staat om die dingen aan te schaffen zonder dat het een enorme financiële aderlating is." Een andere manier waarop Vandebron in de business voor elektrische auto's wil gaan, is met een zogeheten dienst 'slim laden', wat het bedrijf in oktober gaat pilotten met zo'n direhonderd klanten. Vandebron zegt met met hen slim gebruik te gaan maken van de batterijcapaciteit van de auto's. Als er meer vraag dan aanbod is naar energie stoppen ze met het laden van die auto's, en ze starten als het tegenovergestelde het geval is.

Vandebron probeert het net op deze manier te balanceren, aangezien er in het midden van de dag veel zon is, maar in de avond en ochtend minder. Gebruikers zouden er volgens Guichelaar jaarlijks 250 euro mee kunnen besparen. 

Het energiebedrijf telt momenteel 120 medewerkers. Het werd in 2014 opgericht met als doel consumenten energie direct van, laten we zeggen, een boer met een windmolen te laten halen. Mede-oprichter Aart van Veller noemde zijn bedrijf eerder "de Airbnb of SnappCar voor energie". 

Stichting DOEN beloont versnellers energiebesparing € 100.000,-

De nationale energiebesparingscompetitie de DOEN Energie[s]topper 2018, springt in een groot nijpend gat. Het energieverbruik in Nederland stijgt zo hard, dat het aandeel nieuwe duurzaam opgewekte energie te laag blijft om de klimaatdoelstellingen te halen. Meer energie besparen is noodzakelijk en daar zijn dringend meer energiebesparende producten en diensten voor nodig. Stichting DOEN looft voor de tweede keer een geldprijs uit voor het meest kansrijke product of idee voor energiebesparing. De winnaar krijgt 100.000 euro om zijn product of dienst verder te ontwikkelen.

Nerdalize kaapte vorig jaar de prijs voor de neus van PowerWindow en Speedcomfort weg. Mede-oprichter Florian Schneider: “Nerdalize is een bedrijf dat rekencapaciteit aanbiedt in de cloud. Onze cloud-servers geven veel warmte af en wij hebben een manier bedacht om die servers tegelijkertijd een verwarmingselement te laten zijn: de CloudBox. Consumenten krijgen deze CloudBox in huis en kunnen zo energie besparen. Inmiddels is de pilotfase voorbij en laten de tests zien dat de CloudBox naast een flinke besparing op energie ook zo’n 3 ton CO2 uitstoot bespaart per huishouden. De DOEN Energie[s]topper heeft ons in eerste instantie veel publiciteit en aandacht gebracht. Hierdoor zijn wij met meer potentiële klanten en partners in contact gekomen.” Met het prijzengeld heeft Nerdalize belangrijke stappen richting serieproductie van de CloudBox kunnen maken en het software team kunnen uitbreiden. “Begin 2018 gaan wij de uitrol flink versnellen, in eerste instantie kunnen we daar waar glasvezel aanwezig is, op wijkniveau uitrollen." Schneider neemt plaats in de jury van de DOEN Energie[s]topper 2018. “Als jurylid ben ik vooral benieuwd welke baanbrekende oplossingen wij te zien krijgen en hoe het verdienmodel in verhouding staat tot het energiebesparingspotentieel.”

Anneke Sipkens, Algemeen directeur van Stichting DOEN: “Ervaring leert dat een bijdrage van Stichting DOEN andere investeerders en andere vormen van financiering aantrekt. Dat is hard nodig om de innovatie niet alleen op gang te brengen, maar ook te zorgen dat die producten en diensten de markt, dus de consument bereiken. Want alleen dan heb je impact. De markt voor energiebesparing staat nog in de kinderschoenen, de gemiddelde consument is nog niet actief met energiebesparing bezig. Aanbieders van nieuwe producten en diensten hebben uithoudingsvermogen nodig. DOEN stimuleert met de Energie[s]topper de stap naar de markt, de winnaar krijgt een geldprijs in de hoop dat andere partijen mee investeren en zo de energiebesparing versneld op gang komt.”

Vanaf 18 september kunnen deelnemers zich inschrijven op www.doenenergiestopper.nl. Tot 27 november kunnen deelnemers hun business concept inleveren. Direct daarna selecteert de pre-jury vijf finalisten. Deze finalisten krijgen vervolgens twee maanden de tijd om hun schaalbaarheidsplan verder uit te werken. New Venture biedt hen business mentoring én leiderschapscoaching op maat en helpt hen zich voor te bereiden op de finale op 15 maart 2018. Daar zullen ze hun plannen pitchen voor een vakkundige jury. De winnaar van deze pitch wint 100.000 euro om zijn of haar onderneming verder te ontwikkelen. Initiatiefnemers die hun gegevens achterlaten op de website worden op de hoogte gehouden van de competitie.

De organisatie van de wedstrijd wordt verzorgd door New Venture, een initiatief dat innovatie en ondernemerschap in Nederland stimuleert. Al meer dan achtien jaar helpt New Venture, als stichting opgericht door het Ministerie van Economische Zaken en McKinsey & Company, innovatieve start-ups met het vertalen van hun idee naar een gezond business model. In deze periode heeft New Venture meer dan 7.000 teams begeleid en zijn er door succesvolle starters na hun deelname meer dan 21.000 nieuwe arbeidsplaatsen ontwikkeld.

Bron.

Nederland kan voortrekker worden in de circulaire economie

ABN AMRO presenteert op Prinsjesdag haar visie over de circulaire toekomst van Nederland. Zij belicht daarbij de kansen en uitdagingen op wat nodig is om de transitie naar een circulaire economie mogelijk te maken. Nederland heeft als exportland veel troeven in handen om wereldwijd een voortrekkersrol te vervullen door haar kennis en kunde over circulariteit naar het buitenland te exporteren.

 De circulaire economie staat zowel bij de overheid als het bedrijfsleven hoog op de agenda. Zo heeft de overheid de ambitie dat in Nederland in 2050 zo goed als geen primaire grondstoffen meer worden gebruikt. Nederland is koploper op het gebied van afvalrecycling: ruim 80 procent van het afval wordt gerecycled. Ook wordt in Nederland volop geëxperimenteerd met nieuwe verdienmodellen, zoals circulaire inputs. Bedrijven gebruiken of ontwikkelen hierbij grondstoffen die hernieuwbaar, biologisch afbreekbaar of herbruikbaar zijn. Dalende productiekosten van energie uit hernieuwbare bronnen maken het terugwinnen van circulaire inputs steeds beter betaalbaar. Een ander kansrijk verdienmodel betreft product-dienstsystemen. De leverancier blijft tijdens de gebruiksfase eigenaar van het product en de gebruiker betaalt een vergoeding, bijvoorbeeld in de vorm van een abonnement, voor prestatie of gebruik. Daarnaast zijn er verdienmodellen gericht op levensduurverlenging, waarbij de waarde van producten behouden blijft door reparatie of hergebruik en ook via deelplatforms wordt het hergebruik van goederen gestimuleerd.

De circulaire economie is goed voor nieuwe banen, verbetert het Nederlandse imago in het buitenland, heeft voordelen voor de volksgezondheid en maakt ons minder afhankelijk van grondstoffenimport. Veel seinen staan op groen om van circulariteit een nieuw Nederlands succesverhaal te maken. ABN AMRO benadrukt dat ketenverantwoordelijkheid een cruciale stap is om de circulaire economie te realiseren. Zo is extra informatie nodig over voorraden om deze in de productieketen te kunnen tracken en tracen. Hetzelfde geldt voor informatie over de gebruiksketen, de slijtage en de toestand van producten of diensten. Het realiseren van een gezonde mix van grotere ondernemingen en startups die onderling kennis, middelen en creativiteit uitwisselen, is hiervoor een voorwaarde. In zo’n netwerk kunnen bedrijven gebruikmaken van elkaars materialen en lokale kringlopen sluiten. Hiervoor is wel een goede infrastructuur nodig.

ABN AMRO wil de overgang naar een circulaire economie stimuleren. “Dit doen we niet alleen door onze dienstverlening aan te passen op circulaire verdienmodellen en risico’s die hierbij komen kijken, maar ook door bedrijven aan elkaar te verbinden. Zo kunnen we een rol als regiepartner vervullen en zorgen dat Nederlandse bedrijven de kansen van de circulaire economie benutten”, vertelt Hein Schotsman, Senior Econoom van ABN AMRO. “Nederland is op internationaal niveau een pionier op het gebied van circulariteit.

Als exportland kan Nederland haar kracht benutten om circulaire oplossingen over de grens te verkopen en onze kenniseconomie te presenteren als innovatieve circulaire koploper. Onze kracht is dat we betrouwbaar, efficiënt en innovatief zijn. Ons land beschikt over kennisinstellingen die gespecialiseerd zijn in logistiek, landbouw en de chemie. Dit biedt een uitstekende uitvalbasis om onze innovaties in het buitenland aan de man te brengen. Nederland kan zo wereldwijd een voortrekkersrol vervullen door kennis en kunde naar het buitenland te exporteren. Hiermee is de circulaire economie goed voor nieuwe banen, het verbetert ons imago in het buitenland en maakt ons minder afhankelijk van grondstoffenimport.”

Download hier het rapport "De cirkel is rond, de circulaire toekomst van Nederland".

Bron. 

Nederlandse grote bedrijven scoren bovengemiddeld op duurzaamheid

Nederland stijgt weer op de belangrijkste graadmeter voor duurzaamheid, de Dow Jones Sustainability World Index. Had Nederland vorig jaar nog 15 bedrijven in deze ranglijst, dit jaar zijn het er 16. Hiermee scoren Nederlandse multinationals internationaal bovengemiddeld als het gaat om duurzaamheid. 

VNO-NCW is bijzonder trots op KPN, dat volgens onafhankelijke experts het meest duurzame telecombedrijf ter wereld is dit jaar (Industry Group Leader). KPN dankt dit aan het feit dat het sinds 2015 klimaatneutraal is. Ook helpt de onderneming haar klanten CO2-uitstoot te reduceren en is zij bezig om zoveel mogelijk circulair te ondernemen. ASML is één van de drie grootste nieuwkomers in de index. Ook veel andere leden van VNO-NCW zoals AKZO Nobel, DSM, Randstad, Koninklijke Philips, Philips Lighting en Post NL scoren weer bovengemiddeld in de index en lopen wereldwijd voorop in hun sector.

De Dow Jones Sustainability World Index geeft inzicht in hoe duurzaam grote bedrijven te werk gaan. Het is een belangrijke maatstaf op het gebied van sociale zaken en milieu/duurzaamheid en vormt bijvoorbeeld een belangrijke leidraad voor veel beleggers die kijken naar duurzaamheid. De Index werd in 1999 geïntroduceerd en geeft de duurzaamheidsscores van de grootste beursgenoteerde bedrijven ter wereld weer. De 16 Nederlandse bedrijven in de Dow Jones Sustainability World Index zijn: ABN AMRO, ING, Koninklijke Philips, Philips Lighting, Randstad, SBM Offshore, Koninklijke Ahold Delhaize, Unilever, AEGON, NN Groep, AKZO Nobel, Koninklijke DSM, ASML, Koninklijke KPN, Air-France-KLM en PostNL. 

Bron.

Nanodeeltjes kleuren zonnepanelen groen

Onderzoekers van AMOLF, de Universiteit van Amsterdam en ECN hebben een technologie ontwikkeld waarmee een zonnepaneel van een heldere groene kleur kan worden voorzien en het rendement grotendeels intact blijft. Door silicium nanodeeltjes die een deel van het zonlicht verstrooien toe te passen in het glas van een zonnepaneel, ontstaat een groene kleur die zichtbaar is over een breed hoekbereik. De stroom in de zonnecel wordt slechts met 10% verlaagd. Het realiseren van gekleurde zonnepanelen is een belangrijke stap naar de integratie van zonnepanelen in de gebouwde omgeving en het landschap.

De ontwikkeling van zonnepanelen heeft zich de afgelopen jaren vooral gericht op het maximaliseren van het rendement: commerciële panelen zetten zo’n 22% van de energie van zonlicht om naar elektriciteit. Om dat te bereiken worden de silicium zonnecellen voorzien van een gestructureerd oppervlak met een antireflectiecoating zodat het zonlicht zo efficiënt mogelijk wordt ingevangen. Die structuur geeft de panelen een donkerblauw of zwart aanzien.

Om gekleurde panelen te maken, gebruikten de onderzoekers het effect van Mie verstrooiing: de resonante terugkaatsing van licht van een bepaalde kleur door nanodeeltjes. Ze integreerden daarvoor een netwerk van hele kleine silicium deeltjes - met een diameter van 100 nanometer - op een hoogrendements-siliciumheterojunctiezonnecel. Als gevolg van het resonante verstrooiingseffect wordt alleen het groene deel van het zonnespectrum terug gekaatst; de overige kleuren worden volledig in de zonnecel gekoppeld. De stroom die het mini-paneel (0,7 x 0,7 cm²) genereert is slechts 10% lager. De groene kleur is zichtbaar over een groot hoekbereik, tot 75 graden. De nanodeeltjes worden aangebracht met behulp van een soft-imprint techniek die kan worden opgeschaald naar zeer grote oppervlakken. 

Het lichtverstrooingseffect door Mie resonanties kan goed worden gecontroleerd: door de grootte van de nanodeeltjes aan te passen kunnen in principe alle kleuren worden gemaakt. De onderzoekers gebruiken dit principe ook om zonnepanelen te ontwikkelen met andere kleuren. en door het combineren van deeltjes van verschillende diameters, zelfs een wit zonnepaneel te maken. Idealiter worden zonnepanelen zo een bouwmateriaal; rode panelen kunnen dakpannen vervangen, witte panelen kunnen als wandplaten worden gebruikt. En groene zonnepanelen in de natuur geplaatst vallen dan niet meer op in hun omgeving.

Bron.

Aantal elektrische auto’s in de Randstad gaat explosief groeien

In de komende jaren wordt een explosieve groei verwacht van het aantal volledig elektrisch aangedreven auto's in de Randstad. Naar verwachting zal in Den Haag, Dordrecht en Rotterdam het aantal auto's met een stekker binnen twee jaar verdubbelen. In Amersfoort en Utrecht gebeurt  dat binnen vier jaar, mede omdat  de auto's steeds betaalbaarder worden.

De verwachtingen worden woensdag uitgesproken door netbeheerder Stedin, Rotterdam School of Management, Erasmus University en kenniscentrum ElaadNL. De instanties deden onderzoek naar het aanschaffen van elektrische auto's. De belangrijkste voorwaarde hiervoor was tot nu toe een hoog inkomen. Maar nu populaire automerken steeds meer betaalbare modellen op de markt brengen, worden de auto's ook toegankelijker voor mensen met een minder hoog salaris.

De onderzoekers wijzen ook op de run die is ontstaan op het nieuwste model van Tesla, die onlangs werd geïntroduceerd. De Model 3 is een goedkoper model van Tesla en is bedoeld voor een breder publiek. Dagelijks worden wereldwijd circa 1.800 bestellingen voor dat model geplaatst. Ook andere autofabrikanten richten zich steeds meer op de productie van elektrische auto's. Zo heeft Volvo aangekondigd dat vanaf 2019 vijf volledig elektrische modellen uitgebracht zullen worden.

Amsterdam is in het onderzoek buiten beschouwing gelaten, omdat daar veel leasemaatschappijen zijn gevestigd die elektrische auto's in hun vloot hebben. Dat leidt volgens de onderzoekers tot een vertekend beeld in het totaal van elektrische auto's in de hoofdstad.

Bron.

Subsidie beschikbaar voor huiseigenaren die gaskraan laten slopen

Vanaf 1 september kunnen particulieren in Amsterdam ook een subsidie krijgen om de gasaansluiting in hun huis te laten verwijderen. Gemeente Amsterdam trekt hier vijf miljoen euro voor uit. De subsidie is maximaal 5.000 euro en voor het opwekken van duurzame energie wordt maximaal 8.000 euro gesubsidieerd.

In november 2016 kram Amsterdam met het plan dat de stad in 2050 aardgasloos moet maken. Het nieuwe en meest ingrijpende aspect was dat bestaande gebouwen op de grote schaal van het aardgas afgaan. In de eerste instantie werkte de gemeente vooral samen met woningcorporaties, maar nu trekt Amsterdam ook vijf miljoen uit voor subsidies voor particulieren. Volgens de woordvoerder van wethouder Abdeluheb Choho (Duurzaamheid) is de subsidie bedoeld om de energietransitie zo groots mogelijk aan te pakken en te zorgen dat alle Amsterdammers meedoen, niet alleen woningcorporaties en bedrijven. De subsidie is natuurlijk niet genoeg om iedereen van het aardgas te halen, maar het is een begin.

Het best betaalbare alternatief voor gas in bestaande woningen is een warmtenet, waarbij huizen worden verwarmd met restwarmte vanuit de industrie. Amsterdam heeft een van de grootste warmtenetten van Nederland, dat ongeveer 325 duizend woningen zou kunnen voldoen. Wie in delen van de stad woont waar geen warmtenetten beschikbaar zijn, kunnen elektrische oplossingen krijgen: warmtepompen of infraroodpanelen. De nodige elektriciteit wordt bij voorkeur met zonnepanelen opgewekt.

Voor elke woning is er wel een alternatief voor aardgas te bedenken. De gemeente verwacht dan ook de doelstelling – aardgasloos in 2050 – te halen.

Bron.